Beginpagina > Verkeer en vervoer > Vervoermiddelen > De fiets > Fietsen in Frankrijk, rechten en plichten

Fietsen in Frankrijk, rechten en plichten

dinsdag 31 mei 2016, door Hanjo

Bijgewerkt op vrijdag 7 april 2017

De Franse verkeerswetgeving (de "Code de la route") wordt gekenmerkt door de dominantie van de auto en bevat vele bepalingen die van toepassing zijn op een "conducteur" (bestuurder) en een "véhicule" (voertuig), zonder onderscheid te maken tussen fietsen en auto’s.

Het vorige artikel in deze rubriek: Elektrische fiets en kentekenbewijs of verzekering
Beoordeling:
  • Druk dit artikel af
  • Email
  • Reactie
  • RSS
  • RSS
  • RSS
  • RSS

Het volgende mag niet worden beschouwd als juridisch advies; het is een interpretatie van de officiële bron, het wetsartikel dat tussen haakjes staat aangegeven.

Strafbepalingen

De Code de la route voorziet in boetes voor overtreding van de eerste tot de vierde klasse, waarvan de bedragen zijn vastgelegd in de Code pénal (het Wetboek van Strafrecht: art. 131-13) en de Code de procédure pénale (het Wetboek van Strafvordering: art. R48-1 tot R49-8 en R49-8-5 tot R49-20). Onderstaande tabel geeft een overzicht van de bedragen:

Overtredingen: klasse en boete
Overtreding Verlaagde boete(*) Boete Verhoogde boete Maximale boete
Betaling binnen 3 dagen na afgifte of
15 dagen na toezending
binnen 45 dagen vanaf 45 dagen
1e klasse € 11 € 33 € 38
2e klasse € 22 € 35 € 75 € 150
3e klasse € 45 € 68 € 180 € 450
4e klasse € 90 € 135 € 335 € 750

(*) Geldt niet bij parkeerovertredingen

Indien van toepassing wordt de klasse van de overtreding samen met het wetsartikel aangegeven.

Rijbewijs

Een rijbewijs is vereist voor bestuurders van motorvoertuigen, maar niet voor fietsers.
Ook kunnen geen punten worden ingehouden bij een overtreding met een fiets. Punten kunnen uitsluitend worden ingehouden bij het besturen van een voertuig waarvoor het rijbewijs vereist is.
Toch kan schorsing van het rijbewijs worden beslist door de rechter, zelfs indien het feit is begaan met de fiets!

Uitrusting van de fiets en de fietser

Te allen tijde verplicht (dag on nacht):
rode reflector (catadioptre) aan de achterzijde (R313-18, 1e klasse),
oranje zijreflectoren (R313-19, 1e klasse),
witte reflector voor (R313-20, 1e klasse),
reflector op de pedalen (R313-20, 1e klasse).
Alleen ’s nachts, of overdag bij onvoldoende zicht (tunnel, mist, ...):
geel of wit brandend voorlicht (R313-4, 1e klasse), rood brandend achterlicht (R313-54, 1e klasse). De bestuurder moet ze inschakelen (R416-10, 1e klasse).
Reflecterend veiligheidsvest bij het rijden buiten de bebouwde kom en bij slecht zicht, ook voor een passagier (R431-1-1, 2e klas).
Een geluidssignaalhoorn is te allen tijde verplicht: alleen een bel is toegestaan, dus geen toeter of fluit, enz. (R313-33, 1e klasse).
Alle andere verlichting of signaleren dan die welke aan de regelgeving voldoet, is verboden (R313-1, 1e klasse). De fiets mag dus uitsluitend zijn uitgerust met één stel verlichting en in het bijzonder rood knipperende verlichting bevestigd aan een helm, een manchet of aan de fiets zelf is verboden.
De extra signalering aan de linker- en/of achterzijde (dispositif écarteur de danger is wel toegestaan (R313-20).
Remmen: een rijwiel moet zijn uitgerust met twee efficiënte reminrichtingen (R315-3, 1e klasse)
De helm is vanaf 22 maart 2017 verplicht voor kinderen tot 12 jaar (zie: [-art3122]).

De lopende fietser

De fietser die zijn fiets aan de hand meevoert, is een voetganger (R412-34).
Voetgangers moeten gebruik maken van het trottoir of de berm als deze beloopbaar is, de fietser mag zich met de fiets aan de hand op de weg begeven (R412-34).
Buiten de bebouwde kom moet een op de weg lopende voetganger gebruik maken van de linkerrand in hun looprichting, maar met een fiets aan de hand aan de rechter wegrand (R412-35).
Kinderen onder de acht jaar mogen van het trottoir gebruik maken (tenzij andere regelgeving van toepassing is. Ze moeten hun snelheid aanpassen (stapvoets) en mogen geen overlast voor voetgangers veroorzaken (R412-34).

Parkeren

We gaven al aan dat de wegenverkeerswet is ontworpen rond motorvoertuig. De bepalingen inzake de interne parkeerplaats (R417-1 tot R417-8, 1e klasse), alsmede die met betrekking tot gevaarlijke parking (R417-9, 4e klasse) hebben maar beperkt betrekking op fietsen door hun geringe afmeting. Een uitzondering is het veroorzaken van het risico op ongevallen.

In de praktijk wordt een fiets geparkeerd op de weg (zoals een auto) en op aangewezen locaties. Andere locaties vallen mogelijk onder hinderlijk parkeren (R417-10, 2e klas) zoals op voetpaden, oversteekplaatsen, voetgangersgebieden, bijeen gebieden buiten de speciaal ingerichte locaties, bands en fietspaden, groene wegen, parkeerplaatsen voor openbaar vervoer, taxi’s en andere nutsvoorzieningen, bruggen, tunnels, metro’s, bij brandkranen, enz. Opvallend genoeg vermeldt de wegenverkeerswet wel dat bij dubbel parkeren een uitzondering wordt gemaakt voor tweewielers.

Bij illegaal parkeren kan een voertuig bij afwezigheid van de eigenaar of bestuurder worden verwijderd (artikelen L.325-1 tot en met L.325-3). Hetzelfde geldt voor oneigenlijk parkeren: het ononderbroken parkeren van een voertuig op hetzelfde punt van de weg gedurende een periode van meer dan zeven dagen,of een kortere, lokaal vastgestelde periode (R417-12).

Verkeersregels

Rijden op trottoirs:
Voertuigen moeten, behalve in geval van absolute noodzaak, op de rijbaan rijden. Ze mogen een trottoir oversteken om toegang te krijgen tot een gebouw of een ander niet voor het publiek toegankelijke plek (R412-7, 4e klasse).
Buiten de bebouwde kom mogen fietsers gebruik maken van een trottoir waar ze geen voetgangers zullen tegenkomen (R431-10, 2e klasse).
Rijden op de vluchtstroken is verboden (R412-8, 2e klasse), maar vluchtstroken zijn in de praktijk alleen te vinden op snelwegen en autowegen waar fietsen niet is toegestaan. Drukke wegen die mogen worden gebruikt door fietsers zijn soms voorzien van een verharde berm, maar dit zijn geen vluchtstroken.
Buiten de bebouwde kom mogen fietsers gebruik maken van de verharde berm van een weg (R431-9). Deze wordt aangegeven door een met korte, gelijkmatige intervallen onderbroken lijn.
Fietsers mogen rijden in voetgangersgebieden (met uitzondering van lokale regelgeving), op voorwaarde dat ze stapvoets rijden en geen overlast voor voetgangers veroorzaken (R431-9). Ze moeten zich daarbij houden aan de voorschriften voor voertuigen zoals de rijrichting.
Voertuigen moeten een veilige onderlinge afstand aanhouden die overeenkomt met de afstand die het voertuig gedurende ten minste twee seconden aflegt (R412-12, 4e klasse). Er is geen uitzondering voor fietsers, dus fietsers die in groepsverband rijden en elkaar uit de wind houden zijn in overtreding...
Fietsers mogen met twee naast elkaar rijden op de rijbaan. Maar bij het invallen van de duisternis en in alle gevallen waar de verkeersomstandigheden dit vereisen, in het bijzonder wanneer een ander voertuig wil inhalen, moeten ze achter elkaar rijden (R431-7, 2e klasse).
De verplichting om links voor te sorteren bij linksaf slaan geldt niet voor fietsers (R415-4). De fietser mag afhankelijk van de situatie voor de meest geschikte optie kiezen. hetzelfde geldt op een rotonde met meerdere rijbanen (R412-9).
Elke bestuurder moet aangeven dat hij van richting wil veranderen (R412-10). Een fietser doet dit door zijn hand uit te steken.
Inhalen:
Inhalen gebeurt links (R414-6, 4e klasse). Rechts inhalen is verboden tenzij sprake is van een file op meerder rijstroken (R414-15) wat voor fietsers een theoretische situatie is.
Links inhalen mag gebeuren op de linker weghelft mits tegemoetkomend verkeer niet wordt gehinderd (R414-7, 4e klasse) en geen doorgetrooken streep wordt overschreden. Deze manoeuvre mag alleen worden ondernomen als de gelegenheid bestaat om zijn plaats in de normale doorstroming van het verkeer kan worden ingenomen zonder verstoring van het overige verkeer en als de relatieve snelheid van beide voertuigen zodanig is dat het inhalen binnen een voldoende korte tijd kan gebeuren (R414-4, 4e klasse). Deze eisen zijn problematisch voor fietsen en het links inhalen van een auto is dan ook beperkt tot bij een rood verkeerslicht.

Fietspaden

Sinds 1 januari 1999 zijn fietsers niet verplicht van fietspaden gebruiken te maken , tenzij dit door lokale wetgeving wordt vereist (R431-9). Het ronde verkeersbord geeft deze verplichting aan.
Wanneer de weg aan beide zijden wordt geflankeerd door een fietspad, moet het rechter pad in de rijrichting worden gebruikt (R431-9).
Loopt een fietspad parallel aan een aangrenzend voetpad en wordt een oversteek door verkeerslichten geregeld, dan moet een bestuurder die het fietspad gebruikt deze verkeerslichten respecteren (R412-30, 4e klasse).
Wanneer op een kruispunt een gereserveerde rijstrook voor fietsers bestaat, moet deze worden gebruikt (R415-154). Vreemd genoeg bestaat geen sanctie bij overtreding!

Bestuurders van motorvoertuigen in relatie tot de fietser

Een bestuurder moet snelheid minderen bij het passeren van of het inhalen van alleen of in groepsverband rijdende fietsers (R413-17, 4e klasse).
Bij onvoldoende of onveilige doorgang moeten bestuurders van voertuigen van meer dan 2 meter breed of 7 meter lang (inclusief aanhanger), met uitzondering van het openbaar vervoer in stedelijke gebieden, hun snelheid verminderen en, indien nodig, stoppen of parkeren om plaats te maken voor kleinere voertuigen (R414-2, 4. klasse); een bepaling die vooral van toepassing is op het inhalen of tegemoetkomen van fietsers;
Om een fietser in te halen moet een bestuurder binnen de bebouwde kom ten minste één meter zijwaardse afstand houden en buiten de stad anderhalve meter (R414-4, 4e klasse).
Fietspaden en voorrang:
Voor de toepassing van voorrangsregels geldt een fietspad als een een rijstrook van de hoofdweg, tenzij anders wordt aangegeven (R415-14);
Op een kruispunt met een weg met fietspad gelden de voorrangsregels voor alle rijbanen (R415-13). Hieruit blijkt dus dat de bestuurder van een motorvoertuig de voorrangsregels moet toepassen wanneer hij een fietspad kruist.
Afslaand verkeer moet voorrang geven aan recht doorgaand verkeer (R145-3 en R415-4, 4e klasse), inclusief fietspaden die hij moet oversteken. (Vreemd genoeg gelden het inhouden van 4 punten en mogelijke schorsing van het rijbewijs alleen bij links afslaan.)
Het is verboden voor alle inzittenden van een stilstaand of geparkeerd voertuig om een ​​deur te openen wanneer deze manoeuvre een gevaar voor andere weggebruikers oplevert (R417-7, 1e klasse).
Parkeren langs of op fietspaden wordt beschouwd als lastig (R417-10, 2e klasse + verwijdering).

Fietsers in de omgang met voetgangers

Sinds 12 november 2010 moet elke bestuurder voorrang geven en zo nodig stoppen aan een voetganger die de intentie geeft te willen oversteken. Ook in een voetgangersgebied moet aan iedere voetganger voorrang worden verleend (R415-11, 4e klasse). Deze regel is van toepassing zowel in de stad en op landelijke wegen en geldt ook voor fietsers.

Aanhangers

Aan een fiets gekoppelde aanhangers worden uitgesloten van de gewichtsbeperking van ten hoogste 1,3 maal het werkelijke gewicht van het trekkende voertuig (R312-3).
Als het maximaal toegestane gewicht van de aanhangwagen meer is dan de helft van het leeggewicht van de trekker, moet de aanhanger worden uitgerust met twee reminrichtingen (R315-1). Dus als een fiets 15 kg weegt, moet een aanhanger van meer dan 7,5 kg worden uitgerust met remmen.
Zowel overdag als ’s nachts moet, wanneer de aanhangwagen of de lading de achterreflector van de trekkende fiets kan maskeren, deze worden uitgerust met twee rode reflectoren (R313-18, 1e klasse).
Overdag bij onvoldoende zicht en ’s nachts moet, wanneer de aanhangwagen of de lading het achterlicht van het trekkende fiets kan maskeren, deze worden uitgerust met twee rode achterlichten (R313-5, 1ste klas). Bovendien moet de bestuurder deze inschakelen (R416-10, 1e klasse).

Diverse

Het maximaal toegestane alcoholgehalte in het bloed is 0,5 promille (L.234-8, 4e klasse). Ook loopt de bezitter van een rijbewijs het risico van inname.
Het gebruik van een draagbare telefoon door de bestuurder van een voertuig in het verkeer is verboden (R412-6-1, 2e klasse). Dit artikel geldt ook voor fietsers. Het gebruik van een hoofdtelefoon of ’oortjes’ tijdens het fietsen is ook verboden.
Het is verboden om passagiers ouder dan 14 jaar op de fiets te vervoeren. Kinderen jonger dan 5 jaar mogen uitsluitend in kinderzitjes op de fiets worden vervoerd.(R431-11).
Definities:
Een fiets is een voertuig met ten minste twee wielen dat uitsluitend wordt aangedreven door de spierkracht van de personen op dat voertuig (R311-1).
Een cycle à pédalage assisté of vélo à assistance électrique, (VAE) is een fiets met elektrische hulpmotor met een nominaal continu maximumvermogen van 0,25 kW, waarvan de aandrijving geleidelijk wordt verminderd en uiteindelijk wordt onderbroken als het voertuig een snelheid van 25 km/uur of meer bereikt, of eerder als de bestuurder ophoudt met trappen (R311-1). Dezelfde regels gelden als voor een gewone fiets. Voor fietsen met een elektromotor die sneller kunnen, meer vermogen hebben of waarop kan worden gereden zonder te trappen (zoals e-bikes), gelden de regels voor brom- of snorfietsen.
Een bande cyclable is een rijstrook exclusief voorbehouden voor twee- of driewielige fietsen op weg met meerdere rijbaan (R110-2).
Een piste cyclable is een fietspad, een weg die uitsluitend voor twee- of driewielige fietsen is bedoeld (R110-2).

Bijzonderheden

In Parijs staat op sommige kruispunten met verkeerslichten een speciaal driehoekig verkeersbord met een fiets en pijl dat aangeeft dat fietsers in de aangegeven richting (rechtdoor of rechtsaf) door rood licht mogen rijden, mits ze voorrang verlenen aan alle andere weggebruikers.

 

Het volgende artikel in deze rubriek: Fietsonderdelen
Lees ook:
 
Reacties
Reacties
Volg...Deel...
Follow Follow
Share

Aangesloten bezoekers: 59


 
© Allez-Allier/AllesFrans 2008-2017 | SPIP | De activiteit van de site opvolgen RSS 2.0 | Overzicht van de site | Mention | Afmelden |