Beginpagina > Overheid > Overheid algemeen > Formaliteiten > Overlijden > Uitvaart, de Franse termen en regels

Uitvaart, de Franse termen en regels

zaterdag 11 november 2017, door Hanjo

Bijgewerkt op zondag 12 november 2017

In dit artikel vind je de belangrijkste Franse termen en begrippen die ter sprake kunnen komen bij het regelen van een uitvaart. Ook verwijzen we naar de regelgeving, gewoontes en andere informatie rond de lijkbezorging in Frankrijk.

Het vorige artikel in deze rubriek: Télé-déclaration de décès
Beoordeling:
1 stem
  • Druk dit artikel af
  • Email
  • Reactie
  • RSS
  • RSS
  • RSS
  • RSS
  • RSS

Het organiseren van de uitvaart ("les obsèques") van een naaste is een droevige en moeilijke taak: het vervoer van de overledene ("le transport du défunt"), de keuze van de lijkkist ("le cercueil"), de aankondiging in de overlijdensrubriek ("la rubrique nécrologique") en de voorbereiding van de plechtigheid ("la cérémonie") zijn slechts enkele van de vele taken die moeten worden uitgevoerd.

Wie regelt de uitvaart?

De Franse wet stelt dat de laatste wil van de overledene voorop staat. Wanneer de familie tegen die laatste wil ingaat, kunnen strafmaatregelen worden genomen. De overledene kan de laatste wil aan zijn of haar achterblijvende partner hebben gemeld, zoals de soort uitvaart ("le mode de funérailles"), een teraardebestelling ("(inhumation du cercueil)) of een crematie ("crémation"), eventueel gevolgd door het uitstrooien ("dispersion") van de as, orgaandonatie ("don d’organe"), de conservering van het lichaam ("soins de conservation"), de keuze van ondernemer ("choix du prestataire"), het type ceremonie: geestelijk ("réligieuse") of niet-religieus ("laïque"), enzovoort.

Mogelijk heeft de overledene zijn of haar wil kenbaar gemaakt door de keuze van uitvaartverzekering ("assurance obsèques"):

  • zowel het type kist als het soort uitvaart kan omschreven staan;
  • de overledene had alles al zelf geregeld: de familie behoeft slechts contact op te nemen met de verzekeringsmaatschappij.

De rol van de familie van de overledene

Heeft de overledene zelf niets geregeld, dan is het de familie die besluiten moet nemen. Hiërarchisch zijn dit de naasten die de uitvaart kunnen bepalen en organiseren:

  1. de achterblijvende partner ("le conjoint survivant");
  2. de kinderen;
  3. de ouders.

Mocht er geen overeenstemming worden bereikt, dan is het de rechter ("le juge d’instance") die moet beslissen en binnen 48 uur een uitspraak zal doen.

Wanneer er geen familie is

Heeft de overledene geen familie of ziet deze van het organiseren van de uitvaart af, dan:

  • mogen naasten of vrienden van de overledene de beslissingen nemen;
  • en had de overledenen geen inkomsten, dan zal de gemeente voor alle kosten garant staan.

De verschillende stappen in de uitvaart

Voor het regelen van de uitvaart wordt de hulp ingeroepen van een ("opérateur funéraire") of een uitvaartonderneming ("une société de pompes funèbres"). Deze neemt de verschillende stappen voor zijn rekening, zoals:

De verzorging van de overledene ("toilette mortuaire")

Na het overlijden voeren zorgverleners de mortuariumverzorging van de overledene uit en, indien de familie daarom verzoekt, de lichaamsverzorging.

Het toilette mortuaire wordt normaal gesproken uitgevoerd door twee personen: een verpleegkundige en een assistent.
Het wordt uitgevoerd op de plaats waar de overledene zich bevindt: thuis, ziekenhuis, bejaardentehuis... voordat het lichaam (indien nodig) wordt overgebracht naar een rouwkamer.
De laatste verzorging bestaat eruit de overledene op een aantal manieren te verzorgen om zijn of haar natuurlijke uiterlijk te herstellen, d. w. z. het dichtst bij het laatste beeld dat de familie van hem of haar heeft toen hij of zij nog leefde.
Het stelt de familie in staat om rustiger te rouwen door de overledene zijn waardigheid terug te geven.

Afhankelijk van de omstandigheden wordt de overledene vervolgens naar een rouwkamer gebracht of blijft deze thuis als het gezin dat wenst.

De conservering van het lichaam ("soins de conservation du corps")

Er zijn verschillende manieren om een lichaam te bewaren voordat het in een kist wordt gelegd:

  • koeling;
  • chemische processen die staat bekend als thanatopraxie ("thanatopraxie"), een lichte vorm van balseming die er voor zorgt dat het ontbindingsproces tijdelijk wordt stilgezet.

Koude maakt het mogelijk om het lichaam thuis te houden. Het is de meest gebruikte techniek om het lichaam van een overledene te bewaren. Er kunnen verschillende gereedschappen voor worden gebruikt:

  • Droogijs ("glace carbonique"): op verschillende plaatsen op het lichaam van de overledene wordt ijs gelegd, het lichaam bevriest bij contact (-96°C):
    • het is een effectieve methode;
    • er geen speciale toestemming of de aanwezigheid van een politiefunctionaris voor nodig.
  • Koelapparatuur
    • deze apparatuur kan gehuurd worden (ongeveer € 70 voor 48 uur);
    • aanbevolen wanneer het lichaam thuis blijft.

Wanneer je besluit het lichaam thuis te houden, is het belangrijk om de overledene dezelfde zorg te geven als die van de toilette mortuaire: de familie kan dat doen of een gekwalificeerd persoon.

Behoud van het lichaam door chemische processen is niet verplicht.

  • Voor de uitvoering van deze handelingen is de toestemming vereist van de burgemeester van de gemeente waar het overlijden heeft plaatsgevonden of van de gemeente waar de zorg wordt verleend;
  • Thanatopraxie moet worden uitgevoerd in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de wet (politie, gendarmerie).

Deze chemische conserveringstechniek heeft verschillende voordelen:

  • de minimumperiode voordat het lichaam moet worden gekist kan worden verlengd van 24 tot 48 uur;
  • de overledene kan thuis blijven;
  • nuttig wanneer de sluiting van de kist om verschillende redenen met enkele dagen moet worden uitgesteld.

Onder bepaalde omstandigheden is deze techniek in Frankrijk verboden, bijvoorbeeld voor mensen die zijn gestorven aan rabiës, cholera, pest, ernstige en besmettelijke virale koortsen, ernstige acute respiratoire aandoeningen of de ziekte van Creutzfeld-Jakob.

Het vervoer van het lichaam ("le transport du corps")

Het vervoer van het lichaam voor het in de kist wordt gelegd ("Le transport du corps avant la mise en bière")

Het stoffelijk overschot van de overledene zal moeten worden vervoerd door een officiële begrafenisauto ("véhicule funéraire"). Het voertuig is uitgerust met een koelsysteem.
De wet staat het vervoer van een overledene toe alvorens deze in een kist wordt geplaatst van de plaats van overlijden naar zijn woonadres, naar een gezinswoning of naar een rouwzaal ("chambre funéraire"). Dit vervoer dient plaats te vinden binnen 24 uur na het overlijden, of 48 uur als de overledene conserveringszorg heeft gekregen van een thanatopracteur ("thanatopracteur").
Als de reisafstand meer dan 600 km bedraagt, is de behandeling van het lichaam van de overledene door een thanatopracteur (formolinjectie) verplicht.

Het leveren van de uitvaartkist ("fourniture du cercueil")
De regelgeving rond de uitvaartkist staat beschreven in de Code général des collectivités territoriales (artikelen R: 2213-25 tot 27).

De dikte van de kist moet 22 mm bedragen (begrafenis) of 18 mm (crematie) met een waterdichte afsluiting van biologisch afbreekbaar materiaal, goedgekeurd door de minister van Volksgezondheid na advies van de Conseil supérieur d’hygiène publique de France.

In sommige gevallen moet de kist hermetisch afgesloten zijn:

  • overledene die lijdt aan een besmettelijke ziekte die bij ministerieel besluit is vastgesteld;
  • de kist wordt gedurende meer dan zes dagen na het overlijden op een tijdelijke rustplaats bewaard;
  • wanneer de prefect dit nodig vindt.

Sinds het decreet nr. 2011-121 van 28 januari 2011 moet de kist verplicht uitgerust zijn met een identificatieplaatje op de deksel.

De kist wordt gekozen na bepaalde beslissingen:

  • de keuze van de soort uitvaart:
    • begraving: kist met een dikte van 22 mm of een dikte van 18 mm bij transport van minder dan 2 uur, of minder dan 4 uur wanneer het lichaam geconserveerd is;
    • crematie:
      • 18 mm dikke houten kist;
      • kartonnen kist, zoals geregeld bij besluit van 12 mei 1998 (NOR: MESP98211752A).
  • de keuze van de opties die na begrafenis kunnen worden gemaakt:
    • verandering van begraafplaats;
    • opgraving ("exhumation") van een graf voor bijzetting in een tombe;
    • crematie na begrafenis.

Er zijn de verschillende opties beschikbaar voor de keuze van de kist:

  • het type materiaal:
    • massief hout:
      • meest bestendig: iep ("orme"), eik ("chêne");
      • middelgrote weerstand: beuk ("hêtre");
      • lage weerstand: grenen ("pin"), populier ("peuplier").
    • spaanplaat ("panneaux de particules");
    • vezelplaat ("panneaux de fibre") met middelmatige dichtheid;
    • karton ("carton") voor crematie.
  • de vorm van de kist;
  • het uiterlijk van de kist: eenvoudig, bewerkt.....;
  • met of zonder toebehoren: voering ("capiton"), religieus of burgerlijk embleem ("emblème religieux ou civil"), identificatieplaatje ("plaque d’identité"), enz.

Let op: de kist moet voorzien zijn van 4 handgrepen ("{}") voor het dragen.

Prijzen

De bovenstaande opties hebben alle invloed op de prijs van de kist.

Bestemming Materiaal Lage tariefgroep Middengroep Hoge tariefgroep
Crematie Karton € 100 (eenvoudig) € 300 € (vernis) € 600 (aangepast)
Crematie of begraving (onder voorwaarden) Hout 18 mm € 500 € 800 € 1.000
Begraving Hout 22 mm € 1.500 (eiken) € 2.000 € 2.500 (acajou)
Het leveren van een ("urne funéraire")

Juridisch kader

Wanneer het lichaam van een overledene wordt gecremeerd in het crematorium, worden de as verzameld in een uitvaart-urn of in een speciale aslade ("cendrier") die vervolgens wordt gesloten:

  • Deze urn moet met respect en waardigheid worden behandeld. De wet van 19 december 2008 geeft de as het statuut van "corps" (lichaam): in een urn bevindt zich dus een "persoon".
  • De urn is een voorwerp dat vrij gekozen wordt door de familie. De familie heeft het recht om de urn zelf aan het crematorium te leveren. Bovendien is de urn niet verplicht als de as zich in een cendrier bevindt.
  • Op de urn wordt een gegraveerde plaquette aangebracht met de voor- en achternaam van de overledene, geboortedatum en datum van overlijden, en de naam en locatie van het crematorium.
  • Er bestaat geen goedgekeurd model of wettelijke definitie van de cendrier. In het geval van begraving hebben sommige begraafplaatsen echter een niet-afbreekbare urn nodig om zo nodig de opgraving te vergemakkelijken. De urn moet ook biologisch afbreekbaar zijn in geval van uitzetting op zee.
  • De capaciteit van de urn moet worden aangepast aan het gewicht van de overledene. Zo zal een urn van 2,5 liter de as van een overledene van 75 kg kunnen bevatten en zal een urn van 3 liter nodig zijn voor een overledene van 90 kg.
  • De urn wordt na de crematie aan de persoon gegeven die de begrafenis heeft georganiseerd.

Wanneer wordt gekozen voor crematie, wordt de as ingezameld in een urn, ook wel "urne cinéraire" genoemd of in een speciale aslade ("cendrier").
De urn kan dan op een begraafplaats worden geplaatst: in een gewone graftombe ("tombe"), een speciale tombe voor een urn ("tombe cinéraire"), een columbarium ("columbarium"), een grafkelder ("caveau" of een speciale, kleine grafkelder ("cavurne"). De as kunnen ook verspreid worden als dat de keuze is van de overledene of van familieleden.

We geven hier meer informatie over in artikel De laatste rustplaats.
De prijs van de urn

De prijs van urnen voor een uitvaart varieert tussen € 100 en € 400. Ze zijn verkrijgbaar in vele materialen: graniet, hout, keramiek....
Als de urn begraven wordt, moeten er ook een begrafeniskosten betaald worden op de begraafplaats.

Het in de kist leggen ("la mise en bière" of "la mise en cercueil")

De uitvaart in een kist is in Frankrijk verplicht. Het moment dat de overledene in zijn of haar kist wordt gelegd, wordt de mise en bière genoemd. Deze handeling wordt gevolgd door het sluiten van de kist en de uitvaart ("la levée du corps").

La mise en bière: een gereguleerde verplichting

Volgens de Code général des collectivités territoriales is het verplicht om een overledene te kisten voor de begrafenis of crematie. De maximale periode tussen het overlijden en het kisten van de overledene bedraagt 24 uur, tenzij een arts een onmiddellijke mise en bière voorschrijft (bijvoorbeeld bij een besmettelijke ziekte).
Het lichaam wordt in een door de familie gekozen doodskist gelegd, behalve in bepaalde gevallen (overlijden in het buitenland, besmettelijke ziekte): dan moet de doodskist van zink zijn.

Bij de mise en bière mag de overledene geen prothese met batterijvoeding meer dragen (zoals een pacemaker): de familie moet de begrafenisondernemers een bewijs van een arts of thanatopracteur overhandigen waaruit blijkt dat dit soort protheses zijn verwijderd.

De toestemming tot sluiting van de doodskist moet worden aangevraagd bij de gemeente van overlijden of bij de gemeente waar het lichaam ligt opgebaard.
Om dit te verkrijgen moet het gezin een medische verklaring ("certificat médical") overleggen waaruit blijkt dat de overledene geen medisch-juridisch probleem ("problème médico-légal") heeft.

De kist wordt pas gesloten nadat de familie alle formaliteiten met betrekking tot het overlijden heeft vervuld:

  • verklaring van overlijden ("déclaration de décès");
  • het verkrijgen van de begrafenisvergunning ("permis d’inhumer"), zonder welke het onmogelijk is de uitvaart te regelen.

Als de kist eenmaal gesloten is, is het verboden deze gedurende vijf jaar te heropenen, tenzij het parket hierom verzoekt.

Het regelen van een rouwkamer ("une chambre funéraire")

Tussen het overlijden en de begrafenis kan het lichaam van de overledene op verschillende plaatsen worden opgebaard: thuis, in een rouwkamer ("chambre mortuaire"), in een forensisch instituut of in een funerarium ("chambre funéraire" of "funérarium").

Een funerarium is een openbare of particuliere voorziening waar het lichaam van de overledene tot aan de begrafenis kan verblijven.
De exploitanten van de uitvaartkamer kunnen verschillende (betaalde) diensten aanbieden aan de familieleden van de overledene, waaronder de mogelijkheid om naast het lichaam te zitten ("se recueillir à côté du corps") in een privékamer ("salon privé"). Andere diensten kunnen bijvoorbeeld zijn: bezoek of een wake ("veillée").

In een apart artikel lees je meer over De keuze van uitvaartondernemer.
Vervoer van het lichaam naar mortuarium

Het vervoer van de overledene van de plaats van overlijden naar het mortuarium moet worden uitgevoerd door een begrafenisondernemer in een door de prefectuur goedgekeurd voertuig. Dit moet gebeuren:

  • binnen de eerste 24 uur na het overlijden;
  • binnen 48 uur wanneer de overledene werd verzorgd door een thanatopracteur.

Het vervoer van de overledene kan worden aangevraagd door een zorginstelling: in dat geval zijn de kosten voor rekening van de instelling.

Uitgaven vóór de begrafenis of crematie

De kosten van het mortuarium worden meestal gedragen door het gezin: lees de (verplichte) offerte zorgvuldig door voordat je deze ondertekent.
Maar heeft een zorginstelling verzocht om overplaatsing van het lichaam naar een uitvaartcentrum, dan worden de volgende kosten gedragen door de zorginstelling:

  • de kosten van het vervoer per goedgekeurde dienst;
  • de kosten van de eerste drie dagen in het mortuarium.
Het regelen van een begrafenisvoertuig ("un véhicule funéraire")

Op de dag van de uitvaart is het gekozen uitvaartbedrijf verantwoordelijk voor het vervoer van het lichaam.
De kist wordt vervoerd in een goedgekeurd begrafenisvoertuig, ook wel "corbillard" (rouwauto) genoemd:

  • deze maakt het vervoer van het lichaam, bloemen en begrafenisartikelen mogelijk;
  • hij transporteert het personeel;
  • en een of meer familieleden van de overledene kunnen vragen het lichaam tijdens de reis te vergezellen.

De uitvaartauto brengt het lichaam bij de kerk, de begraafplaats ("cimetière") of het crematorium. Het voertuig kan worden gevolgd door een "véhicule porte-couronnes" die is ontworpen om bloemen te vervoeren die niet in de lijkwagen passen.
Wordt een overledene begraven in een andere gemeente dan waar deze overleed, dan is de toestemming van de burgemeester van beide gemeentes vereist (zie artikel Overbrengen overledene naar andere gemeente).

De uitvaart ("les obsèques")

Je vindt hierover alle informatie in de artikelen Begrafenis ("inhumation") en Crematie ("crémation").

 

Het volgende artikel in deze rubriek: Wat te doen bij een sterfgeval

Bron:

ooreka.fr

Reacties
Reacties

Aangesloten bezoekers: 60


 
© Allez-Allier/AllesFrans 2008-2017 | SPIP | De activiteit van de site opvolgen RSS 2.0 | Overzicht van de site | Mention | Afmelden |